‘Ik wil altijd het hele systeem overzien’

Systeemecoloog Josha van der Beek in zomerserie Energeia

15 augustus 2017 – Energeia portretteert op haar website mensen met beroepen die je niet zo snel zou verwachten in de energiesector. Recentelijk werd het verhaal van Josha van der Beek, systeemecoloog en projectmanager bij de afdeling Energy Consulting van Liandon, verteld. Lees hier het artikel.

ZOMERSERIE Exoten – ‘Ik wil altijd het hele systeem overzien’

AMSTERDAM (Energeia) – De energiesector herbergt een brede waaier aan beroepen en professies. Wie op een verjaardag vertelt werkzaam te zijn in de energiesector, kan advocaat zijn of ambtenaar, monteur of handelaar, wetenschapper of manager. Met deze zomerserie proberen we enkele ‘exotische exemplaren’ te portretteren: beroepen die je in eerste instantie wellicht niet in de energiesector verwacht. Vandaag: Josha van der Beek, systeemecoloog en projectmanager bij Liandon.

Ecoloog Josha van der Beek is sinds 2012 werkzaam bij Liandon, het dochterbedrijf van Alliander dat zich bezighoudt met het ontwerp, de bouw, het beheer en onderhoud van complexe energienetten. Hoewel Van der Beek op papier ‘gewoon’ projectmanager is -niet direct een exotisch beroep- staat haar werk nooit los van de ecologie. Dat heeft volgens Van der Beek niet alleen te maken met het inzetten van ecologische kennis, maar vooral met de manier waarop zij problemen benadert.

Van der Beek is opgeleid als systeemecoloog, en gespecialiseerd in Zuid-Afrikaanse ecosystemen. Veel van haar voorbeelden komen vanuit die achtergrond. “Weet je waarom zebra’s zwart-wit gestreept zijn?”, vraagt ze middenin ons gesprek. “Daarmee kunnen ze hun oppervlaktetemperatuur lager houden. Zwart houdt warmte vast, wit juist niet. Door de temperatuurverschillen ontstaan luchtstromen langs het lijf, en dat zorgt voor verkoeling. Dat principe kun je ook in de gebouwde omgeving toepassen.”

Je bent systeemecoloog en gespecialiseerd in Zuid-Afrikaanse ecosystemen. Dan klinkt een Nederlands netwerkbedrijf niet direct als een logische werkgever. Toch ben ik bij Liandon juist aangenomen ómdat ik ecoloog ben. Dat wil zeggen, ze zochten niet per se een ecoloog, maar wel iemand die met een andere blik naar de uitdagingen van de energietransitie kon kijken. Om eerlijk te zijn begrijp ik nu, na vijf jaar, ook pas beter waarom ze dat toen graag wilden. Als systeemecoloog heb ik geleerd altijd het hele systeem te overzien. Techneuten hebben juist geleerd een probleem in stukjes te hakken en in delen op te lossen.”

Kun je daar een voorbeeld van geven? “Bij de renovatie van het Alliander-hoofdkantoor in Duiven was de ambitie om -naast een zo duurzaam en circulair mogelijk gebouw– de relatie met de omgeving te verbeteren. Wij hebben bij ons kantoor bijvoorbeeld parkeerplaatsen nodig, maar die worden vooral doordeweeks overdag gebruikt. Bij Ikea, op loopafstand van ons kantoor, zijn heel veel parkeerplaatsen die juist op andere uren veel gebruikt worden. Met Ikea hebben we het nu zo georganiseerd dat wij daar mogen parkeren, en Ikea-personeel kan in het weekend bij ons staan. Dat soort oplossingen zie je alleen als je naar het hele ‘ecosysteem’ van een bedrijventerrein kijkt.”

Je was ook betrokken bij het A1 bedrijvenpark Deventer, waar Liander de basis voor een smart grid heeft aangelegd. Alleen: de bedrijven bleven weg, en het terrein bleef dus leeg. Hoe kwam dat? “Technisch was het perfect geschikt om er een duurzaam, groen bedrijventerrein te maken. Maar dat was dus niet voldoende. Ik ben toen gestuit op het project biomimicry business breakthrough van onder andere de Wageningen University & Research (WUR), en heb het bedrijvenpark in Deventer daarvoor aangedragen als casus. Biomimicry betekent dat je concepten uit de natuur gebruikt om tot nieuwe ideeën of technologieën te komen. De vraag binnen dit project was: hoe ontwikkelt nieuwe natuur zich op een braakliggend stuk grond, en wat kunnen we daarvan leren bij het ontwikkelen van een nieuw bedrijventerrein?”

En? Wat is daarop het antwoord? “Een idee dat tijdens dit project is ontstaan, is dat de natuur bij de ontwikkeling van nieuwe gebieden een ontwikkeling doormaakt van pioniervegetatie naar climax-vegetatie. De pioniervegetatie, dus de eerste soorten die zich in een nieuw gebied vestigen, hebben bepaalde kenmerken, bijvoorbeeld dat ze snel en overvloedig groeien. Dat trekt weer andere planten en dieren aan, en na verloop van tijd verdringen die andere soorten de pioniers en ontstaat een evenwicht. Die gang van zaken staat compleet haaks op de planologische aanpak waarbij een gemeente van tevoren zegt: zulke bedrijven moeten er komen.”

“In het geval van Deventer liep de ecologische aanpak alsnog stuk op die planologische aanpak. We zijn wel gaan kijken: wat zijn pionierbedrijven, en hoe zorg je dan dat die op zo’n terrein afkomen? Om het terrein aantrekkelijker te maken voor start-ups hadden we bijvoorbeeld het idee om een deel van het terrein van zonnepanelen te voorzien. Dan zou wel de bestemming van dat stuk grond moeten veranderen, maar dat bleek niet mogelijk, omdat de grond dan minder waard zou worden. Nu zijn er geloof ik wel een paar bedrijven op het terrein, maar van harte loopt het nog niet.”

Is het systeemdenken inmiddels een beetje doorgedrongen tot anderen in het bedrijf? “Zeker, ik ben ook door Alliander gevraagd om mijn kennis van ecosystemen binnen het bedrijf te delen door presentaties te geven. Die kennis is niet alleen nuttig voor het ontwikkelen van nieuwe terreinen of het aanleggen van energienetten, maar ook voor mensen die zich met strategie en bedrijfsvoering bezighouden. In een ecosysteem bestaat eigenlijk geen concurrentie. Gnoes en zebra’s op de Serengeti bijvoorbeeld: op het eerste gezicht lijken dat concurrenten, want ze eten allebei gras en ze migreren allebei met de regen mee. Maar toch zitten ze elkaar niet in de weg, integendeel. Zebra’s eten het bovenste deel van het lange oude gras, terwijl gnoes juist voorkeur hebben voor de overgebleven korte grasstukjes die de zebra’s achterlaten en de nieuwe grasspruiten die daarna opkomen. Eigenlijk vullen ze elkaar dus aan. Als je in de natuur precies hetzelfde doet en precies hetzelfde eet, zal een van de twee uiteindelijk verdwijnen of zich aanpassen en een eigen niche zoeken, oftewel een gat in de markt.”

Met wat voor projecten ben je op dit moment bezig? “De komende tijd ga ik drie studenten begeleiden van de opleiding Industriële Ecologie, een gezamenlijke opleiding van de TU Delft en de Universiteit van Leiden, die bij ons onderzoek komen doen naar het verduurzamen van bedrijventerreinen. Dit is een vrij nieuw vakgebied, en het heeft veel raakvlakken met mijn werk bij Liandon. In de industriële ecologie worden vraagstukken benaderd vanuit een systeemaanpak waarbij economische, technische en sociale aspecten een gelijke rol spelen. Drie masterstudenten van deze opleiding gaan de komende tijd bij Liandon aan het werk om vanuit deze drie verschillende invalshoeken te kijken naar de ontwikkeling van energieneutrale bedrijventerreinen in het kader van het Gelders Energieakkoord.”